Met het Oostenrijks-Hongaars Compromis werd de geprivilegieerde
positie van de Duitse en Hongaarse bevolkingsgroepen immers
gecontinueerd en de bevolkingsmeerderheid in de dubbelmonarchie
op een zijspoor gezet, hetgeen met name bij de Tsjechen op
groeiende weerstand stuitte.
De scheidingslijn werd niet de historische achtergrond (dus Bohemen
samen met Hongarije) maar de rivier de Leitha. Oostenrijk (samen
met ondermeer Bohemen, dat deel uitmaakte van Oostenrijk) werd
CisleithaniŽ, Hongarije (inclusief Slowakije, KroatiŽ, TranssylvaniŽ
en de Banaat) werd TransleithaniŽ. De Hongaren kenden een zeer
grote interne autonomie. Federaal was het leger en buitenlandse
zaken.
†††††††††† Frans Jozef I, keizer van †††††††† Wapenschild van
††††† Oostenrijk, koning van Hongarije ††††††† Oostenrijk-Hongarije
Oostenrijk-Hongarije had echter voortdurend af te rekenen met
communautaire kwesties, wat - ondanks de populariteit van Frans
Jozef I, het rijk telkens meer verzwakte. Frans Jozef drong daarom
aan op verdere decentralisatie, onder andere door de Slaven zelf-
bestuur te willen toekennen. Hierin werd hij tegengewerkt door de
Oostenrijkse en Hongaarse elites, die uiteindelijk aan het langste
eind trokken. Deze politiek werd ook gepromoot door de troonop-
volger Frans Ferdinand, die in Serajevo werd vermoord in 1914.
Deze moord was de katalysator in verschillende vijandelijkheden
en bondgenootschappen en veroorzaakte de Eerste Wereldoorlog.
Oostenrijk-Hongarije stond aan de kant van Duitsland.
Frans Jozef overleed in 1916 en werd opgevolgd, midden in de
oorlog, door kroonprins Karl. Maar Oostenrijk-Hongarije overleefde
de oorlog niet. Het land viel uiteen in Tsjechslowakije (de noorde-
lijke Slaven), JoegoslaviŽ (de zuidelijke Slaven), Oostenrijk, Honga-
rije; TranssylvaniŽ viel toe aan RoemeniŽ. Andere delen van het land
gingen naar Polen (GaliciŽ) en ItaliŽ (Zuid-Tirol, West SloveniŽ,
IstriŽ en delen van DalmatiŽ)