Door de introductie van irrigatietechnieken trokken er ook steeds
meer mensen naar het binnenland om daar een bestaan op te
bouwen. Door de veredeling van mas werden de gemeenschappen
steeds groter.
Verschillende Indianenculturen.
Een belangrijke bron van informatie over de pre-Columbiaanse culturen
is het keramiek, dat dateert van ca. 1800 v.Chr., en vanaf 1500 v.Chr.
in geheel Peru en Bolivia gebruikt werd. Er zijn afbeeldingen te vinden
van goden en andere mythische figuren, maar ook taferelen uit het
dagelijks leven zijn te vinden op dit aardewerk. Verder zijn er grote
verschillen waar te nemen in de vorm: in het noorden maakte men
veelal aardewerk met platte bodems in de vorm van dieren of mensen,
in het zuiden had het aardewerk ronde bodems, vaak met twee tuiten.
De Chavn-cultuur (1400 - 400 v.Chr.) was de eerste belangrijke samen-
leving in Peru en Bolivia, met grote prestaties op het gebied van
architectuur en beeldhouwkunst. Zij zorgden er ook voor dat mas tot
op grote hoogte verbouwd kon worden.
De tempel Chavn de Huntar was in deze periode het godsdienstige
centrum. Rond 400 v.Chr. Verdween deze cultuur, maar een aantal
runes zijn nog steeds te bewonderen.
De Paracas-cultuur (800-100 v.Chr.) ontstond in het woestijngebied
aan de zuidkust van Peru, en breidde zich na 200 v.Chr. Uit tot de
dalen van de Piso en de Chincha. Ze bouwden kleine dorpen en
leefden vooral van de landbouw. Opmerkelijk bij deze cultuur was de
opzettelijke schedelvervorming bij pasgeborenen. Van deze cultuur
zijn veel mummies gevonden en op weefgebied waren deze mensen
onovertroffen.
Onovertroffen staaltjes op weefgebied