De Coval-Brieven

 

door drs. W.J. van Doorn,
de Postzak113

maart 1977

Met dank aan Harry Nieuwstraten voor het beschikbaar stellen van de enveloppe  

Na de meidagen van 1940 kwam in de zomer van 1940 het postverkeer met het buitenland weer langzaam op gang. Verboden was de correspondentie met die landen, waarmede Duitsland in oorlog was, zoals Groot-BrittanniŽ, zijn Dominions, enz. Wel was correspondentie mogelijk met Zweden, Zwitserland, Spanje, Portugal en b.v. alle landen op het Amerikaanse continent met uitzondering natuurlijk van Canada.

Het is begrijpelijk dat vele filatelisten weer trachtten in verbinding te komen met hun ruiladressen, vooral toen in Nederland in het najaar van 1940 de bekende serie 'Nederland achter de tralies' verscheen. Merkwaardig was dat de Duitse autoriteiten geen bezwaar maakten tegen deze uitvoer van deviezen, hoewel zij deze uitvoer steeds weer constateerden bij het censureren van deze brieven. Dit veranderde echter toen met ingang van I april 1941 deviezenuitvoer alleen was toegestaan met toestemming van het Deviezeninstituut te 's Gravenhage. Vanaf dat moment was postzegelruil met het buitenland vrijwel onmogelijk geworden.

De Britse autoriteiten waren echter in die periode minder lankmoedig. De brieven welke b.v. naar de Ver. Staten werden verzonden of vanuit dat land naar Nederland, werden praktisch alle op Bermuda
gecensureerd. Vond men nu postzegels in deze brieven, dan werd de brief met inhoud in beslag genomen: het ging volgens de Britse autoriteiten hier om deviezen uit of naar een vijandelijk land dan wel uit of naar een gebied dat door de vijand bezet was. Deze inbeslagneming geschiedde door het Prize Court.

In het najaar van 1951, dus ruim tien jaar na de verzending,
kwamen deze brieven dan volkomen onverwacht boven water. In de meeste gevallen ging dit als volgt in zijn werk. Belanghebbende kreeg van de 'Coval' een brief van de volgende inhoud:

 

"Betr.: In de Bermuda Eilanden omstreeks Mei 1940

aangehouden Postzendingen.

Referentie No. 17493

1 brief inhoudende postzegels.

Afzender: U zelf

Geadresseerde: .......................

 

Omstreeks Mei 1940 werd bovengenoemde postzending door de Britse Contrabande Autoriteiten, onder verdenking van contrabande, aangehouden.

In opdracht der Nederlandse Regering heeft onze Commissie korte tijd geleden met de Britse Autoriteiten een regeling kunnen treffen, waarbij o.m. vrijgifte is verkregen van deze postzending ten behoeve van de Nederlandse rechthebbende. Deze brief met inhoud bevindt zich thans te onzen kantore.

Aannemende dat U er prijs op stelt om deze zending in ontvangst te nemen, verzoeken wij U ons inliggend formulier, inhoudende verklaring van vrijwaring en decharge, ondertekend terug te zenden en een bedrag ad f .   voor de ontstane kosten van vrijmaking te willen storten op onze postgirorekening No.371767, waarna wij U

 

het poststuk door bemiddeling van de Nederlandse Pos≠terijen zullen doen toekomen.

 

Naar onze voorlopige taxatie vertegenwoordigt de waarde van deze zending een veelvoud van de hierboven vermelde kosten"., Het is wel van belang hier even stil te staan bij de 'Coval', de Commissie voor Aangehouden Lading. Deze commissie heeft zich vooral bezig gehouden met het bepalen van de vergoeding voor ladingen goederen, welke in mei 1940 op weg waren naar Nederland, doch in verband met de Duitse overval naar neutrale of geallieerde havens gedirigeerd werden. Deze goederen, welke in vele gevallen reeds door de Nederlandse importeurs betaald waren, werden voor het merendeel in Groot BrittanniŽ verkocht en de opbrengsten vloeiden in de schatkist van de Nederlandse regering in Londen. ' Het weer te voorschijn komen van deze brieven veroorzaakte wel enige sensatie: zo bezit ik een krantenbericht van 24 dec. 1951 met als kop:

  Per luchtpost: tien jaar onderweg!

  Bij bestudering van de enveloppen blijkt dat vrijwel steeds een stempel

Released by

Prize Court

  te vinden is. Het is een vrij primitief stempel, waarbij de e van Prize duidelijk wat hoger staat. A heb afdrukken in paars en zwart gezien. Wolters vermeldt dit stempel in band 11 van Die Postzensur onder Bermuda.

Verder vindt men op de brief meestal een rood getal gestempeld, het referentienummer vermeld in de hiervoor weergegeven brief. Dan staat er verder een stempel van de Coval op de brief, een strookje met tekst en een stempel van Amsterdam-Centraal Station. Er zijn mij van dit stempel data bekend van begin oktober tot einde november 1951.

Het opgeplakte strookje bestaat in verschillende uitvoeringen, maar geeft de naam van de Commissie steeds foutief weer, namelijk 'Ladingen' in plaats van 'Ladingí.

Onderstaande brief (met inhoud), verstuurt vanuit Cleveland Ohio, USA op 18 October 1941 naar Soest en doorgestuurd naar De Bilt in 1951. Alle kenmerken zoals hierboven beschreven zijn aanwezig.