Verder ontwerpproces
Het Nederlands Subcomité wilde de Riebeeckzegels graag in driehoekig
formaat uitgegeven zien, maar daar ging PTT niet op in, zogenaamd omdat
voor zo'n zegel geen perforatiekammen beschikbaar zouden zijn en er boven-
dien veel postale bezwaren waren. Dergelijke bezwaren behoefden niet on-
overkomelijk te zijn. Zo waren er in 1933 een luchtpostzegel en in 1936 twee
universiteitszegels in driehoekvorm uitgegeven, maar PTT had waarschijnlijk
nu de extra moeite die zulke zegels met zich mee brengen er niet voor over.
Draijer kwam in november 1951 met ontwerpen in zowel liggen als staand 
formaat met de kop van Van Riebeeck naar het schilderij van Coeman.
    Staand en liggend ontwerp van Rein Drayer n.a.v. het schilderij van Coeman
Herkomst van beide portretten in het Rijksmuseum was een schenking in
1884 door jhr. J.H.F.K. van Swinderen van 26 familieportretten, waaronder
enkele met afstammelingen van de familie van Riebeeck. Twee panelen
daarvan zijn gesigneerd "D. Craey" en tonen volgens een notitie op de 
achterzijde resp. Jan van Riebeeck en diens eerste echtgenote Maria La
Quellerie. Het vrouwsportret is gedateerd 1650. Godée Molsbergen 
betwijfelde in 1912 in zijn biografie over Van Riebeeck of het mansportret
wel van Riebeeck voorstelde, maar het Rijksmuseum constateerde in 1952
na uitvoerig technisch onderzoek dat beide schilderijen van dezelfde hand
en uit dezelfde periode waren. Godée Molsbergen beschouwde het Coeman
portret als dat van Jan van Riebeeck.