Abel Tasman  (1603-1659)
Op 11 januari 1632 trouwden in Amsterdam een zekere Abel Jansz.
uit Lutjegast (Gr.) beroep varensgezel, 28 jaar oud, weduwnaar, 
woonadres Teerketelsteeg in Amsterdam met Jannetje Tjaers uit
Amsterdam, 21 jaar oud. Het zal zeker een zeer bescheiden
bruiloft zijn geweest. Een zeer eenvoudige man, die in de armoedige
Teerketelsteeg woonde met een eenvoudige arbeidersdochter.
        Abel Tasman en Jannetje Tjaers
Uit latere documenten blijkt onomstotelijk, dat Abel Jansz. dezelfde
is als de man die bekend is geworden als Abel Tasman, de Europese
ontdekker van Nieuw Zeeland en Fidji.
Kort na zijn huwelijk moet hij in dienst zijn gekomen van de VOC.
Lutjegast was tot 1594 oorlogsgebied, het lag in de frontlijn van
gebieden van de Verenigde Nederlanden en Spaans Gronings gebied.
De streek was zeer verarmd en had een groot vluchtelingenprobleem!
Voor iemand, die in dienst kwam van de VOC, waren 3 carrière-
paden uitgezet:
a. zeeman worden en als 1 van de ongeveer 3000 zeelieden die
    drie jaar in Azië overal ingezet konden worden,
b. soldaat worden, deel uitmaken van één van de garnizoenen of
    expeditionaire krijgsmacht ergens in Azië,
c. ambachtsman zijn in één van de vele werkplaatsen van de
    Compagnie.
Tasman heeft vrijwel de hele carrière van zeeman bij de VOC 
doorlopen en een aanzienlijke kennis van nautiek verkregen en 
gezien de inhoud van zijn werk vooral veel ervaring opgedaan.
In 1633 vertrokken naar de Oost en eind 1636 teruggekeerd in
Amsterdam. De eerste vermelding van de Compagnie is in april 
1634, ongeveer een jaar na zijn uitreis. Hij bevond zich toen als
eerste stuurman op het fluitschip Weesp, dat bij het eiland Ambon
voor anker lag. Kort daarop kreeg Tasman zijn eerste eigen com-
mando, hij werd schipper op het jacht Mocha. Hij kreeg opdracht
in de archipel nieuwe, minder gevaarlijke routes te zoeken, op
grond van deze verkenning moest een kaart worden getekend. Het werd een
reis, die duidelijk aangeeft hoe de situatie in dit gebied toen was: gevechten
met de bevolking, slachtoffers aan beide zijden, bestrijden van wat de Com-
pagnie "smokkel" door de inlanders noemde.
              Japanse prent van Nederlands schip
Eind 1636 vertrok Tasman op het retourschip Banda naar Holland waar hij
op 1 augustus 1637 aankwam. Tasman bleef niet lang in Nederland, hij sloot
een nieuw contract met de VOC en moest, omdat hij zijn vrouw meenam,
niet voor 5 maar voor 10 jaar tekenen! Hij kreeg het commando over een kleiner
schip De Engel en vertrok hiermee op 15 april 1638 naar Batavia en vandaar
naar Makassar voor ratificatie van een vredesverdrag met de sultan. Er volgde
weer hetzelfde werk als voorheen in de archipel en in mei 1639 keerde hij met 
een lading specerijen terug in Batavia.
Er werd in die tijd met veel enthousiasme over een tweetal eilanden gesproken
waar a.h.w. het goud en zilver voor het oprapen zou liggen, vandaar de bena-
ming Rica di Oro en Rica di Plata, die de Spanjaarden er voor gebruikten.
De eilanden zouden moeten liggen in de Stille Oceaan ten Noordoosten van
de Filippijnen en ten Oosten van Japan. Twee fluitschepen werden uitgekozen
om hiernaar te zoeken. De Graft onder bevel van Abel Tasman en de Engel
onder commando van Lucas Albertsen; op dit schip was ook bevelhebber
commandeur Quast aan boord. Er werd gevaren door Straat Malakka naar de
Baai van Manilla, het gebied van de Spaanse vijand! Dan de route zoeken, die 
de Spaanse en Portugese schepen gebruikten om naar Acapulco in Mexico
te varen, en op 38 graden noorderbreedte naar het Oosten om de kusten van
Korea, Tartarije en China te verkennen en in een strook van 400 zeemijlen 
naar Rica di Oro en Rica di Plata te zoeken. De reis viel niet mee.
De schepen waren slecht onderhouden en niet voldoende uitgerust voor
zo'n lange reis. Op 2 juni 1639 begon de reis en zich zonodig voordoende
als Engelsen zeilden de schepen door het door de Spanjaarden gecontroleerde
gebied langs de oostkust van het eiland Luzon en bereikten op 10 juli 1639
het open water van de Stille Oceaan. Vijf maanden op en neer varen over de
oceaan ontdekten ze een paar armzalige eilanden ten oosten van Japan, maar
niet de fabelachtige eilanden! Wel ziekte, stormen, averij en lekkende schepen.
Door sterfte was er onderbemanning ontstaan en besloot men uit te wijken
naar Fort Zeelandia op Formosa.
             Fort Zeelandia op Formosa (ca. 1635)
Toen op 24 november 1639 dit doel was bereikt waren er 41 sterfgevallen en 39
bemanningsleden meer dood dan levend over. Dit was de romantiek van de VOC!
Na reparatie van zijn schip de Graft verliet Tasman met een lading van 140.000 
gulden Formosa naar Batavia, met dit schip volgde nog een reis met peper 
uit Djambi en werd hij terug geroepen naar Batavia om als commandeur de 
leiding van een nieuwe expeditie op zich te nemen. Ondanks de tegenslagen
met bovenstaande slechte afloop gingen de Hoge Regering en Heren Zeven-
tien door met plannen maken.
Tasman kreeg de leiding over 4 schepen, de Meerman, de Oostcappel, de 
Otter en de Broeckvoort, en een opdracht een tocht met koopwaar voor 
Formosa en Japan. Daaronder was de lading van verplichte geschenken, die
de Japanse Shogun van de VOC jaarlijks ontving.
De schepen deden Fort Zeelandia aan en losten een deel van de lading en 
namen nieuwe lading voor Japan in. Eind augustus 1640 bereikte men de
Nederlandse Factorij in Japan gelegen op het eilandje Deshima in de baai
van Nagasaki. In Japan bleek een hetze te zijn ontstaan tegen de Portugezen,
die niet alleen zaken wilden doen, maar ook hun geloof verspreiden.
                 Abel Tasman met wereldglobe
Hoewel de Nederlanders alleen voor de business in Japan waren, hadden zij 
toch te lijden van de vreemdelingenhaat die was ontstaan. Zij moesten een
pas gebouwd pakhuis afbreken opdat het niet als christelijke kerk kon worden
gebruikt. Door al deze commotie konden de Nederlandse schepen pas op 
29 december 1640 vertrekken naar Cambodja, waar ook de gevolgen van de 
Japanse crisis merkbaar waren.
De reis liep slecht af, bij Formosa liep Tasman's schip in een storm zware
averij op. Pas 3 maanden daarna keerde hij onder noodtuig in gezelschap van 
2 andere schepen terug. Van die vergezellende schepen werd nooit meer iets
vernomen na een vernietigende storm, maar Tasman's schip kwam uiteindelijk
in december 1641 in Batavia aan. Zijn gage werd van 60 tot 80 gulden per maand
verhoogd als beloning. Abel Tasman werd benoemd tot schipper voor de grote
schepen. 
                      Rede van Batavia
Tijdens dit verblijf in Batavia heeft Tasman zich waarschijnlijk kandidaat gesteld
voor het leiderschap voor een expeditie naar het onbekende zuidland.
Gouverneur-generaal van Diemen, ooit als een failliete koop,man onder een
valse naam uit Nederland vertrokken om zijn geluk in Indië te beproeven, koos
als leider van de expeditie Abel Tasman, die ook in zeer nederige positie bij
de VOC was begonnen. Aan boord van het schip van commandeur Tasman
werd een zeer ervaren stuurman/navigator aangesteld. Dit was François
Jacobsz. Visscher, die in 1623 als stuurman met de vloot van Jacques 
l" Hermite via de Straat Magelhaes en de kust van Peru langs de evenaar 
over de Stille Oceaan maar Indië zeilde. In de jaren daarna had hij 15 jaar als
navigator vele onbekende kusten in kaart gebracht en na een kort verblijf in
Nederland keerde hij in 1638 in Batavia terug in de rang van piloot-majoor in
dienst van de VOC.
Tasman en Visscher zijn een heel belangrijk koppel. Grote ervaring en uit-
muntende kennis van navigatie. Toegevoegd werd Isaac Gilsemans, koopman
van de VOC, die naast zijn vak ook veel kennis van navigatie had en een 
begaafd tekenaar was.
Het idee van Visscher was om de zuidelijke doorvaart naar de Stille Oceaan
te lokaliseren vanuit een bekend punt, zoals Kaap de Goede Hoop of het 
eiland Mauritius en dan naar ongeveer 50 gr. Zuiderbreedte af te zakken en
op de westenwindgordel de aarde te omzeilen. Dit idee werd bijna integraal
opgenomen in de orders die Tasman en de zijnen op hun tocht hebben mee-
gekregen. De opdrachtgevers in Batavia hadden zelfs de verwachting dat
       Baai van Mauritius
Tasman c.s. door de ontdekking van het zuidland en de doorvaart naar Zuid
Amerika een reis van het niveau die van Columbus zou evenaren!
Tasman kreeg twee schepen toegewezen, het jacht Heemskerk (120 ton) en
de fluit Zeehaen (260 ton). Kleine wendbare schepen met geringe diepgang.
De Zeehaen had een relatief groot laadvermogen voor voedsel en reserve
materialen. Voor verkenningstochten werden door de VOC nooit de nieuwste
en beste schepen gebruikt, die waren om kostbare ladingen te vervoeren!
Vooral aan de Zeehaen bleek op Mauritius veel onderhoud te moeten worden
gepleegd alvorens de echte tocht kon beginnen.
Men vertrok op 14 augustus 1642 uit Batavia voor de reis naar Mauritius, dat
op 5 september werd bereikt en de schepen gingen voor anker in de baai 
voor het fort Frederik Hendrik. Ruim voorzien van hout, nieuwe masten en ra's,
water, pas gevangen geiten, varkens en ander proviand begon de grote ont-
dekkingsreis pas op 8 oktober 1642.
Abel Tasman vertrok op 8 oktober 1642 met de Heemskerck en de Zeehaen uit 
Mauritius en was na drie weken gevorderd tot bij 47 gr. zuiderbreedte.
Op 6 november 1642 voeren ze in mistig en zwaar weer naar 49 graden zuider-
breedte waarbij ze de Kerguelen eilanden polair klimaat naderden. Dit was de
oorzaak dat, na overleg, afgeweken werd van de instructie van Gouverneur-generaal
van Diemen. De volgende dag zeilde men naar het noorden tot breedte 44 graden 
werd bereikt en de koers weer oost verder ging. Door deze wijziging moest men 
wel het latere Tasmanië en Nieuw Zeeland ontmoeten.
Op 24 november 1642 doemden in het oosten de bergen van een groot eiland
uit de mist op, dit zou de eerste ontdekking op deze reis worden; een groot
eiland met hoge bergen en een ruwe kust.
Uit het Journaal van Abel Tasman: " Het was een zeer hoog land. Tegen de
avond zagen wij in het oost-zuidoosten nog drie hoge bergen en in het noord-
oosten zagen wij nog twee bergen ……. Dit is het eerste land, dat wij in de
Zuidzee vonden en het is bij geen enkel Europees land bekend. Daarom 
hebben wij dit land de naam gegeven van van Diemensland, ter ere van de 
edele heer Gouverneur-generaal onze hoge overheid, die ons heeft uitgezonden 
om deze ontdekking te doen"
De volgende dagen is er wat langs de kust gevaren en heeft men aan wal rond-
gekeken. Er is geen contact geweest met de eilandbewoners, wel resten van 
vuren gevonden en trommels in de wildernis gehoord. De bevolking bleef zich
verschuilen.
Op 5 december 1642 zeilden de schepen weer verder, ronden het noorden van
het eiland en voerden oostelijk door. Op 13 december zagen ze bij sterke zuid-
westelijke wind een groot en hoog land in het zuidoosten opdoemen. Ze hadden
een groot land ontdekt, dat nu bekend is als Nieuw Zeeland.
De schepen voeren er naar toe en volgden de kust noordwaarts. 
Op 17 december 1642 zag men tekenen van menselijke aanwezigheid: 
opstijgende rook. De volgende dag werd gezocht naar een beschutte ligplaats. 
Vanaf het land werden de schepen toegeschreeuwd door vervaarlijk uitziende 
mannen, die op een trompet bliezen. Als een soort antwoord blies een 
bemanningslid op een trompet. Bij de inboorlingen (Maoris) gold echter het 
antwoord van een blaasinstrument als een regelrechte oorlogsverklaring.
De Nederlanders waren zich dit niet bewust en probeerden de volgende dag
opnieuw contact te leggen met de Maoris, die in een aantal bootjes op hen 
afkwamen. De schipper van de Zeehaen, die aan boord was van de Heems-
kerck voor overleg, stuurde zijn sloep terug naar zijn eigen schip om de be-
manning te waarschuwen dat zij moesten oppassen dat hun schip niet over-
rompeld zou worden. De sloep werd onverhoeds aangevallen, de kwartier-
meester van de Zeehaen werd gewond en drie zeelieden werden doodgeknup-
peld en overboord gegooid terwijl een vierde ernstig gewond in de sloep bleef
lliggen. De gewonde kwartiermeester en twee andere zeelieden wisten zwem-
mend een toegesnelde sloep van de Heemskerck te bereiken. Elf boten
van de Maoris konden gelukkig met schoten van de scheepartillerie op de
vlucht worden gejaagd. Toen ruim een eeuw later ontdekker James Cook in
hetzelfde gebied aan wal kwam kreeg hij van de Maoris verhalen over een 
aantal Europese schepen, die hun voorouders vroeger tot zinken zouden
hebben gebracht!
De Nederlanders waren door de wrede aktie van de Maoris nogal nerveus 
geworden en besloten weg te zeilen naar het noorden, nadat zij de baai
waarin alles was gebeurd "Moordenaarsbaai" hadden genoemd.
                   19 december 1642  Maoris in de "Moordenaarsbaai".
Het nieuwe land werd Staetelandt genoemd, omdat men dacht, dat dit het
westelijke uiteinde was van het eiland Statenland, dat le Maire bij Kaap Hoorn
bij het onderste puntje van Zuid Amerika had ontdekt. 
Op 24 december 1642 vonden zij een doorgang naar het oosten, waar veel
stroom stond. Het blijkt de latere Cook Strait tussen het Noord- en het Zuid-
eiland van Nieuw Zeeland te zijn geweest.
Deze zeestraat werd niet verkend, waarschijnlijk door het te grote risico van
moeilijke terugkeer in deze zeestraat. Men lichtte het anker en vond na twee 
dagen zeilen de westkust van het Noordeiland. Ondanks de vermoedens, dat
de zeestraat een doorvaart zou kunnen zijn, ging men er nog steeds van uit, 
dat deze westelijke landpunt een geheel vormde met het Stateneiland, dat le
Maire had ontdekt. Op 4 januari 1643 bereikten de twee schepen een kaap,
waarachter in het oosten het land wegviel. Het bleek het noordelijke uiteinde
van Staetelandt (= nu Nieuw Zeeland) te zijn. Wegens ongunstige wind om de
kust van het vasteland verder te verkennen werd besloten naar een verderop 
gelegen eiland te varen, dit was op Driekoningen, zodat het eiland "driekoningen-
eiland" werd gedoopt. Er werden sloepen gestreken om het eiland te verkennen,
om aan land te gaan en water in te nemen, maar op de oever vertoonden zich
vervaarlijk uitziende inlanders met lansen, die hard schreeuwden. Door de slechte
ervaring van twee weken geleden besloot men geen risico te nemen en naar de
schepen terug te keren en door te varen. Isaac Gilsemans maakte van het
schouwspel in de verte een duidelijke schets.
            Schets van Isaac Gilsemans in het logboek van Abel Tasman
Men voer verder naar het noordoosten en op 8 januari 1643 concludeerde Tasman
dat ten oosten van hem open zee lag en er een sterke zuidoostelijke stroming
stond. Abel Tasman meende dat de kans groot was dat hier een open doorvaart 
naar Chili lag! Op 19 januari kreeg men een eiland in zicht, de ligging werd 
geschat op 22.30 gr zuiderbreedte en 203 gr 27 min t.o.v. Teneriffe. 
De 0 meridiaan werd in Tasmans tijd gerekend van Teneriffe i.p.v. Greenwich bij
Londen! De schattingen waren redelijk goed, men had de Tonga archipel ont-
dekt. Hier ontstond vriendschappelijk contact met de lokale bevolking. De diverse
eilanden kregen Nederlandse namen, die niet op internationale kaarten verschenen.
De plaatselijke bevolking was vreedzaam en vriendelijk, maar Tasman vond, 
"dat zij op mensen leken, maar onmenselijke gebruiken hadden". Al gauw
blijkt waarom: Toen inwoners van het eiland Nomuka zwemmend en peddelend
in hun kano's aan boord kwamen voelde de meegekomen vrouwen nieuwsgierig
"in de voorbroeck" van de matrozen en maakten duidelijk dat zij wilden paren.
De officieren vonden dit niet passen en maakten aan deze contacten een einde.
            Reis van Abel Tasman
Achtereenvolgens bezeilden de Heemkerck en de Zeehaen de Fiji-archipel en
zetten koers naar de Salomonseilanden, vervolgens naar de noordkust van
Nieuw Guinea en de Indische archipel naar Batavia.
De Hoge Regering schreef in zijn rapport aan de Heren Zeventien kort en bondig:
"Wij hebben opgemerkt, dat de Commandeur (Tasman) weinig moeite heeft ge-
daan om de ligging, vorm en aard van de ontdekte gebieden te onderzoeken, 
maar het voornaamste voor een nieuwsgierige opvolger achtergelaten heeft …"
De expeditie van Admiraal Brouwer naar de routes om Zuid Amerika in eind
1642 maakte duidelijk, dat het daargelegen Stateneiland een klein eiland bleek
te zijn, waardoor de naam Staetelandt door de compagnie werd gewijzigd in
Nieuw Zeeland.
Tasmans expeditie heeft verder geen vervolg gekend: het zou ruim een eeuw 
duren tot James Cook op zijn eerste reis ter exploratie van de Pacific voor de
kust van Nieuw Zeeland verscheen.
Cees Vermaas.